De geschiedenis van de Onze Lieve Vrouwe (van) Altijddurende Bijstand

Binnenkort wordt er voor het laatst gevierd in de Onze Lieve Vrouwe (van) Altijddurende Bijstand-kerk aan de burgemeester Baumannlaan. Reden om eens stil te staan bij de geschiedenis van dit imposante gebouw.

 

De aanleiding

Per 1 mei 1939 werd kapelaan Adrianus Jozef Knots benoemd tot pastoor van de St. Petrus’ Bandenparochie te Overschie, toen nog een eigen gemeente. Aanvankelijk luidde de opdracht om de oude kerk Petrus’ Banden op te heffen en één grote kerk met scholen te bouwen centraal in Overschie.

Pastoor Knots bracht eerst een aantal verbeteringen aan rondom kerk en kerkhof en ging, toen dit alles keurig was uitgevoerd, kijken naar een stuk grond waar de nieuwe kerk en de scholen konden worden gebouwd. Helaas, juist toen het bisdom permissie had gegeven om de grond te kopen, brak de oorlog uit en toen had de Rotterdamse Hypotheekbank geen zin meer om vaste goederen aan te kopen.

Na de oorlog werd de actie rond een nieuwe kerk en de scholen weer levendig. Eindeloze besprekingen volgden, zowel met de architect J. Hendriks van Architectenbureau Hendriks, v.d. Sluys en v.d. Bosch, als met de Gemeente. Na vijf jaar was er dan een plan dat de goedkeuring van alle betrokkenen kreeg.

Toen kwam de Bisschop van Haarlem in 1951 met het idee én het besluit het oude kerkje niet op te heffen, maar te laten staan. De gemeente wees een ander stuk grond toe aan het kerkbestuur, n.l. het stuk waarop uiteindelijk de nieuwe kerk en de scholen zijn gebouwd.

 

De bouw

In juni 1952 werd de eerste paal geslagen van de nieuwe kerk, die is gebouwd door Aannemer J.A. Dessing. Op 8 februari 1953 om 10.30 uur werd de eerste steen gelegd door Monseigneur Hussen. De plechtige H. Mis, die hieraan voorafging, werd gecelebreerd om 8.30 uur in de H. Petrus’ Bandenkerk.

 

De stijl

Deze prachtige naoorlogse kerk is gebouwd in basiliekstijl met een Romaanse inslag. De wanden zijn wit geverfd in een zogenaamde ‘snowcemuitvoering’ (sneeuwwit-cement) verzorgd door de fa. Th. Kreyns & Zn. naar voorbeeld van het Heerlens Raadhuis. Het wit van de muren zorgde niet voor een koele uitstraling. De paarse en mosgroene tinten van het door de fa. Stroucken vervaardigde glas-in-lood, dat door de fa. Alta uit Den Haag is gezet in de stalen zijramen, filteren het licht op zo’n manier dat het zonlicht er niet door wordt verzwakt. Daardoor was het mogelijk het houten plafond in een wijnrode kleur te verven onderbroken door de bruine balken. De harmonie van de kleuren van het plafond komt terug in de kleuren van de kerkbanken en de knielkussentjes.

De vier met geoliede leisteen omklede pilaren aan weerszijden van het schip hebben geen invloed op het uitzicht op het hoger gelegen priesterkoor, omdat zich buiten de pilaren geen plaatsen bevinden. Alleen de biechtstoelen bevinden zich in de zijpaden.

 

De inventaris

De inventaris van de kerk moest worden opgebracht door de parochianen. Alle parochianen in Overschie kregen een envelop thuis die o.a. een intekenbiljet bevatte waarop men kon zien wat er allemaal nodig was voor de inrichting van de nieuwe kerk én wat dat kostte. Deze prachtige ‘bedelbrief’, bevatte ook een antwoordkaart die later zou worden opgehaald. Royaal ingevuld natuurlijk!

De kinderen van de parochie konden voor een kwartje een kleurplaat kopen. Van al deze kwartjes werd de monstrans gekocht.

Pastoor Knots stond erom bekend dat hij héél creatief was als het om geld inzamelen ging en hij heeft menig borreltje gedronken en sigaar gerookt bij zijn parochianen.

Via het zogenaamde bankenfonds werd geld ingezameld voor de aanschaf van de kerkbanken. Dit gebeurde o.m. door wekelijks gedichten af te drukken in Sursum Corda, het officieel parochieweekblad voor het Dekenaat Rotterdam. Deze gedichtjes werden gemaakt door de heren ‘A.B.’ of ‘X.Y.’, pseudoniemen voor zeer ijverige ‘bankenmannetjes’, die door middel van deze gedichtjes (soms vele coupletten lang) geld bij elkaar bedelden voor o.a. de paramenten, maar vooral voor de banken van de kerk. Het bankenfonds bracht uiteindelijk ruim f. 4.000,– op, inclusief rente!

 

Feestelijkheden

Voorafgaand aan de consecratie van de kerk was een aantal plechtigheden georganiseerd.

Het uit 70 leden bestaande jongens- en mannenkoor van de Haarlemse Koorschool der Kathedrale Kerk heeft op 7 december 1953 een concert gegeven in de praktisch gereed zijnde kerk. Er waren 650 aanwezigen en het concert duurde van 20.00 – 22.15 uur.

Het nieuwe orgel werd ingespeeld door toonkunstenaar Jaap Vranken.

Op woensdag 9 december werd de Bisschop van Haarlem, monseigneur J.P. Huibers, om 19.00 uur ontvangen. Voor de kinderen was er een lampionoptocht, die startte op de Rotterdamse Rijweg en liep tot aan de ingang van de kerk. Er waren speeches en uitleg over de bouw van de kerk.

De bisschop logeerde in de pastorie en hij ging om 21.00 uur naar bed. Van te voren was om drie dekens gevraagd: de bisschop was kouwelijk!

 

De consecratie

Op donderdag 10 december 1953 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door Mgr. Joannes Petrus Huibers, bisschop van Haarlem. Concelebranten waren: deken Mgr. J.H. Niekel, bouwpastoor Adr.J. Knots, kapelaan A.J. Hogema, kapelaan G. van Dijk en enkele pastoors uit Kethel. De plechtigheden werden opgeluisterd door het koor onder leiding van de heer W. van Berkel. Het koor zong de Mis van Jan Nieland.

De patrones van de kerk

In de Mariakapel hangt een afbeelding van Onze Lieve Vrouw Altijddurende Bijstand, de patrones van deze kerk.

Maria is afgebeeld tegen een gouden achtergrond met het Kind Jezus op de linkerarm. Over haar rode tuniek draagt zij een mantel en over haar hoofd een donkerblauwe sluier met goud omzoomd. Op de sluier zit een gekartelde ster met een samengetrokken + en x, zoals in de catacomben. Boven ziet u vier Griekse letters, een afkorting die betekent: Moeder van God.

Het Kind Jezus draagt een groene tuniek met een rode gordel en een bruine mantel over de rechterschouder. In het Grieks staat er een afkorting die betekent: ‘Jesus Christus’.

Links staat de engel Michaël in groen; deze engel draagt een vaas, een lans, een riet en een spons. Rechts is in violet de engel Gabriël afgebeeld, de engel Gabriël draagt een kruis en spijkers.

Geschrokken door deze bedreiging van zijn toekomstig lijden drukt het Kind zich tegen Maria aan, grijpt haar rechterhand en verliest daarbij een sandaal (Luc.2,33). Maria buigt zich naar haar Zoon, maar richt haar ogen naar ons, voor wie zij ook een Moeder van Altijddurende Bijstand wil zijn.D

 

De Pastores

Vele pastoors, kapelaans, een diaken en een pater hebben de parochiekerk O.L.Vrouw Altijddurende Bijstand met grote toewijding geleid en gediend.

Bouwpastoor Knots was uiteraard de eerste pastoor. Pastoor G.A. de Bot de langst dienende pastoor en pastoor C.J. Harder de laatst inwonende pastoor.

Sinds de oprichting van de parochiefederatie Rotterdam Rechter Maasoever wordt onze huidige parochie geleid door het ons zo bekende pastoraal team.

 

De verkoop van de kerk en de onttrekking aan de eredienst

In 2015 hebben het bisdom en het toenmalig parochiebestuur besloten tot het afstoten van de kerk van Onze Lieve Vrouw Altijddurende Bijstand. Dit besluit past in het terugbrengen van het aantal kerkgebouwen, omdat het kerkbezoek de afgelopen jaren is teruggelopen en de kosten voor het beheer en onderhoud niet meer door de parochie zijn op te brengen.’

Het vinden van een herbestemming voor een kerkgebouw valt niet mee. Omdat het gebouw een belangrijke plaats voor de omgeving heeft, ligt het voor de hand het gebouw te laten staan. Het is het huidige bestuur van de Bernadetteparochie in 2018 gelukt een partij te vinden die aan het kerkgebouw en pastorie van Onze Lieve Vrouw Altijddurende Bijstand een passende herbestemming kan geven. Na een grondige verbouwing zullen in kerk en pastorie appartementen worden gerealiseerd. Het aanzicht van de kerk zal zoveel mogelijk bewaard blijven.

Op zondag 7 juli om 14.00 uur vieren wij voor het laatst de Eucharistie in onze dierbare kerk aan de Burg. Baumannlaan. Onder het zingen van het slotlied wordt het Allerheiligste in processie de kerk uit gedragen. Ook de Godslamp, het altaarmissaal, het lectionarium en de reliek uit het altaar worden de kerk uitgedragen. Alle kaarsen worden gedoofd door de kosters. Met deze handelingen wordt aangegeven dat er in deze kerk niet meer gevierd zal worden.

(met dank aan Franka Leliveld)